Maar begin er dan toch aan!

ann thijssen 2“De verhalen over literair talent dat al jaren zwoegt om aan de bak te komen maar geen letter gepubliceerd krijgt, zijn legio.” Zo begon het artikel in de krant dat ik vandaag onder ogen kreeg. (Het Nieuwsblad, 10/1/14)
Daarna volgt vanzelfsprekend de ‘Maar’: Voor Ann Thijssen liep het anders. Deze vrouw stuurde twee jaar lang via Twitter zinnetjes uit haar roman de wereld in. Al snel kreeg ze onder een schuilnaam 900 volgers, die zich stiekem afvroegen waar al deze tweets nu over gingen, tot één van hen (@uwtederesoldaat) vroeg of zij toevallig een boek aan het schrijven was, waarna die man haar prompt in contact bracht met een literaire uitgeverij. Over enkele dagen ligt haar debuutroman ‘De vrouw die blijft’ in de winkel.

Blijkbaar kan het soms zo gemakkelijk gaan. Het grappige is dat ik lange tijd het blog van de tweetende redder gevolgd heb. Wie weet was het mij wel overkomen. Of nee, toch niet. Want daarvoor moet je natuurlijk eerst een verhaal af hebben. En ondanks al mijn grote woorden heb ik dat niet.

Het probleem is niet het gebrek aan verhaal. Er ligt wel degelijk een sprookje te rijpen in mijn hoofd, over gewone mensen, misschien wel jij en ik, die gewone dingen meemaken, gewone koffie drinken, gewone gesprekken hebben, gewone moorden plegen enzoverder. Alleen wil dit verhaal er niet uit. Of beter gezegd: alleen durft dit verhaal niet te verhuizen naar het witte papier.

Ik weet niet hoe ik aan zo’n groots project kan beginnen. Gewoon in het wilde weg beginnen schrijven? Dat probeerde ik al, maar dan gaat het verhaal geen enkele richting uit. Een structuur uitbouwen en die dan uitschrijven (de zogenaamde sneeuwvlokmethode)? Randy Ingermanson die deze methode bedacht omschrijft het als volgt: “You need a design document. And you need to produce it using a process that doesn’t kill your desire to actually write the story.” Dit laatste is bij mij jammer genoeg wél gebeurd toen ik jullie een aaneensluitend stukje tekst wilde voorschotelen over Elias en zijn voorliefde voor getormenteerde zielen.
Nu zie ik nog één mogelijkheid: ik bedenk een concrete omgeving voor de figuren in mijn hoofd, geef hen vier muren waartussen ze hun drama’s kunnen beleven, bied hen een zetel aan waar ze radeloos voor zich uit kunnen staren, geef hen gebloemde theekopjes waaruit ze troost kunnen putten en een burgerlijk interieur, met lederen zetels en een grote houten salontafel, waarbij het dressoir met snuisterijen natuurlijk niet vergeten mag worden. Ook krijgen ze van mij gewoontes en kleine, eigenwijze, bekrompen trekjes. In een verrotte ton die naast het tuinhuisje staat steek ik hun dromen. En dan laat ik ze spelen.

ann thijssen 1Spelen tot er ongelukken gebeuren. Of net niet. Onlangs zei iemand tegen me dat goed kunnen schrijven niet voldoende is om een roman te publiceren. Het vermogen om een roman tot een einde te brengen is namelijk ook een deel van het talent. Deze uitspraak zette me aan het denken en maakte me eerlijk gezegd ook een beetje bang. Tot nu toe heb ik nog geen enkel schrijfproject tot een (al dan niet goed) einde kunnen brengen. Nog niet debuteren op je achttiende is niet erg. Op je negentiende en je twintigste ook niet. Ondertussen word ik dit jaar echter al drieëntwintig (vierentwintig is ook niet meer veraf) en de angst om een roman te schrijven die niet goed genoeg is, belemmert me nog steeds.

Gelukkig schuilt er (nog niet eens zo) diep in mij ook een gen dat verantwoordelijk is voor koppigheid. Een gen dat zich graag wil bewijzen en voor die droom gaat. Een gen dat luider en luider begint te roepen: ‘Maar begin er dan toch aan!’

bron hoofdafbeelding: Johannes Vermeer, Schrijvende vrouw in het geel, 1662-1665 (detail handen)

1001 boeken die je (beetje bij beetje) gelezen moet hebben

‘1001 boeken die je gelezen moet hebben’. Ik nam dit boek ooit eens mee uit de bibliotheek om een nieuwe leeslijst aan te leggen. Ik zag het helemaal zitten, tot ik begon met het maken van een klein rekensommetje. Momenteel lees ik ongeveer dertig boeken per jaar. Ervan uitgaand dat ik ongeveer tachtig jaar zal leven, waarvan ik dan nog eens ongeveer twintig jaar moet aftrekken (de periode waarin ik boeken las die niet op deze lijst voorkomen), kan ik maximum 1800 boeken lezen in heel mijn leven. Eigenlijk vind ik dit niet bijzonder veel, zeker niet wanneer ik rekening houd met de boeken die jaarlijks verschijnen, of wanneer ik bedenk dat ik nog zoveel beters te doen heb, of wanneer ik denk aan die professor die onlangs vertelde dat hij 5000 boeken verkocht had, omdat hij er ‘n beetje teveel had en dat hij weliswaar een appartement had waarvan een volledige muur bestond uit boekenkast, maar dat hij toch nog plaats tekort had om al zijn aanwinsten te plaatsen. En dan moet ik tussen dat alles door ook nog eens zoveel boeken schrijven.

Daarom leek het me ‘n goed idee om de boeken die ik wil lezen wat bewuster te kiezen en om in navolging van Rosalinde (eigenaar van de blog ‘passie voor schrijven’) een leeslijst voor 2014 op te stellen.

1. De welwillenden – Jonathan Littell

de welwillenden

Naar dit boek ben ik al een hele tijd nieuwsgierig. Ik kreeg het vorig jaar al cadeau (in 2012 bedoel ik dan), maar tot mijn grote schaamte heb ik het nog steeds niet gelezen.

Waarom dit boek?

Twee jaar geleden schrikte de debuutroman van de toen 38-jarige Jonathan Littell Frankrijk op, ongeveer zoals Hitlers inval in Polen bijna 70 jaar tevoren: bekroond met de Prix Goncourt en de Grand Prix du Roman, ruim een miljoen verkochte exemplaren en evenveel polariserende krantenstukken. In een kruising tussen ‘Oorlog en vrede’ van Tolstoj, ‘Kaputt’ van Malaparte en ‘American Psycho’ van Easton Ellis presenteert Littell de memoires van Max Aue, die zestig jaar na dato nauwgezet noteert hoe hij als SS-beul tussen 1940 en 1944 in Polen, de Oekraïne, de Kaukasus, Rusland en Berlijn een bloedige hand had in de Jodenvervolging.

bron: Humo, 5/12/2008

Eerst en vooral wil ik dit boek lezen omwille van de schok die het teweegbracht: De Welwillenden wordt verteld vanuit het perspectief van een SS-beul in de ik-persoon. Daardoor word je als lezer automatisch gedwongen om je in deze slechterik in te leven. Ook de literaire verwijzingen spreken me aan: een kruising tussen Tolstoj en Easton Ellis klinkt veelbelovend (die Malaparte laat ik maar achterwege, want deze ken ik niet).

kleurloze tsukuru taziki2. De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren – Haruki Murakami

Eigenlijk heb ik geen flauw idee waarover deze roman gaat, maar bij Murakami hoeft dit eigenlijk niet. Het enige wat ik erover hoorde, is dat hij opnieuw de realistische kant uitgaat met dit boek dat volgende week verschijnt. Dit vind ik enigszins jammer, want doorgaans ben ik net iets meer fan van zijn magisch-realisme, met Norwegian Wood als uitzondering. Sowieso ga ik er toch van uit dat ik deze roman hoe dan ook goed zal vinden omwille van de stijl die zo eigen is aan Murakami.

Waarom dit boek?

Het werd geschreven door Murakami. Dit is voor mij voldoende reden.

de gouden vlieger3. De gouden vlieger – Dezsö Kosztolányi

Ook dit boek heb ik cadeau gekregen, namelijk bij het afstuderen.

Het moet gezegd, de titel De gouden vlieger oogt weinig aanlokkelijk; als je nog nooit van Kosztolányi hebt gehoord vermoed je, ook op basis van het omslag, een zoetsappig verhaal vanuit het perspectief van een fantasierijke scholier op een kostschool. Integendeel, het gaat om een vlijmscherpe roman, Kosztolányi’s beste, en ik denk dat het een van de beste romans uit de wereldliteratuur is, voor zover ik die kan overzien.

bron: recensie van het literair weblog Tzum

Waarom dit boek?

Omdat het niet altijd een boek van iemand met een uitspreekbare naam hoeft te zijn.

de blikken trom4. De blikken trom – Günther Grass

Ook dit boek kreeg ik dit jaar cadeau. Ik ben er heel nieuwsgierig naar omdat dit boek een onbetrouwbare verteller heeft. Onbetrouwbare vertellers fascineren me en het lijkt me dan ook een uitdaging voor de lezer om door die onbetrouwbaarheid heen te kijken. (En oh ja, vertelde ik al dat Murakami fan is van dit boek?)
Onlangs las ik bijvoorbeeld American Psycho, dat bruuske boek van Bret Easton Ellis waarin de yuppie Patrick Bateman naar hartenlust prostituees en bedelaars in stukken snijdt. Daarover zal ik jullie binnenkort wat meer vertellen…

de verwondering5. De verwondering – Hugo Claus

Sommige boeken heb ik pas veel te laat ontdekt doordat er een nevelige mist lijkt rond te hangen waarin woorden als  ‘moeilijk’, ‘onleesbaar’, ‘ontoegankelijk’ als poortwachters fungeren. Dit jaar las ik dan ook voor het eerste een werk van Claus, namelijk ‘Omtrent Deedee’ en ik kwam tot de constatatie dat het naar meer smaakt. Vandaar dat ‘De verwondering’ dit jaar op mijn leeslijstje mag staan.  Ook dit boek heeft overigens een onbetrouwbare verteller.

mulisch6. De ontdekking van de hemel – Harry Mulisch

Dit boek ligt al een aantal jaar in mijn boekenkast (en het is niet eens van mij – ik heb het geleend, of ja, gestolen, van mijn vriend). Twee jaar geleden ondernam ik voor het eerst een poging om dit werk te lezen. Verschillende redenen hielden mij tegen om door te lezen. Het werk kwam op mij over als ‘tamelijk moeilijk’ en om die reden leek het me geen ideale literatuur om snel even tussendoor te lezen tijdens de studies. Daardoor is de roman telkens opnieuw een beetje naar de achtergrond verdrongen.

Daarnaast staan er nog een hele resem kortverhalen op het programma. In mijn boekenkast staan een aantal bundels van Murakami waarvan ik nog lang niet alle verhalen gelezen heb, nl. Na de aardbeving, Kangoeroecorrespondentie en Blinde wilg, slapende vrouw. Hiermee kan ik nog een tijdje zoet zijn. Daarnaast ben ik van plan om de kortverhalen van één van de literaire voorbeelden van Murakami te gaan lezen, nl. Raymond Carver. Murakami maakt er geen geheim van dat hij Carver als voorbeeld ziet. Zijn titel Waarover ik praat als ik over hardlopen praat is duidelijk geïnspireerd op de titel van één van de bundels kortverhalen van Carver What we talk about when we talk about love. Als ik na al deze korte verhaaltjes nog zin heb in meer, staan er ook wat kortverhalen van Alice Munro op het programma (de dame die dit jaar de Nobelprijs voor literatuur in de wacht sleepte) en ook van Tsjechov, omdat ik graag wat meer van de Russen zou lezen. Misschien zal nu en dan een hapje van Borges’ Aleph ook nog smaken.
brieven aan doornroosje[3]En niet te vergeten: voor het slapengaan lezen we een brief aan Doornroosje, geschreven door de prins, oftewel Toon Tellegen. Deze bundel vind ik persoonlijk heel knap, omdat Toon Tellegen 365 brieven geschreven heeft aan Doornroosje, die allemaal over hetzelfde gaan en toch ook weer allemaal niet. Het zijn ook allemaal sprookjesbrieven en toch ook weer niet.

Straks, als ik je heb wakker gekust, zitten we op tronen naast elkaar, drinken ui gouden bekers, kijken naar de wereld aan onze voeten en zien elkaar niet meer. Hofdignitarissen lezen ons sprookjes voor, die ons doen geeuwen. Er was eens een oude vrouw die op een vernuftige manier een meisje honderd jaar liet slapen, zodat een prins haar brieven kon schrijven over zijn voornemen haar wakker te kussen. Er was eens een oude vrouw die schamper lachte. Er was eens een hemel die dichttrok, een gure wind die opstak, een prins die bevroor en in de lente gevonden werd, een pen onloswrikbaar in zijn hand.

Toon Tellegen, Brieven aan doornroosje. Amsterdam 2012 (brief van 2 januari)

Wat ontbreekt er op mijn lijst? Welke boeken staan op jullie lijst?
Laten we er een mooi leesjaar van maken!

PS: ik vraag me af of één van de boeken die ik hier opnoem vernoemd wordt in de lijst van 1001 boeken… Ik vermoed slechts De blikken trom. 1 boek uit de lijst per jaar is weinig, want 1001 jaar word ik alvast niet.

bron hoofdafbeelding: Berthe Morisot – La Lecture

Waarom schrijfster worden?

Al zolang ik mij kan herinneren, wil ik schrijfster worden. Zelfs als klein meisje heb ik nooit gedroomd van een carrière als prinses, als actrice of als brandweervrouw. Van zodra ik daadwerkelijk kon schrijven, schreef ik verhaaltjes en gedichtjes. Die stelden nooit veel voor en ze werden maar zelden afgewerkt, maar toch bleef ik er uit mijn balpennetje toveren.

Die droom is nooit weggegaan. Nog altijd wil ik liefst van al beroepsauteur worden. Dagenlang aan een rommelig bureau zitten, de wereld om me heen vergeten en een leukere creëren in mijn hoofd en op papier, pas maanden later ontdekken dat we een nieuwe koning hebben… Nooit heb ik me daar vragen bij gesteld, tot gisteren. Voor het eerst vroeg ik me af waarom ik eigenlijk schrijfster wil worden.

Herkenbaarheid

Laura van de blog ‘dagdromend’ zegt:
Ik wil verschil maken, ik wil een boek schrijven, ik wil meisjes die hetzelfde doormaken kunnen helpen, ik wil mensen raken met mijn woorden.

Ik vind dit een mooie reden om te schrijven en ik ben ook zeker dat dat mogelijk is. Oorspronkelijk had ik een gelijkaardig doel zoals Laura, zowel met mijn boek als met mijn blog. Ik wou waardevolle ideeën aanreiken en mensen aanzetten tot zinvolle gedachten. Ik wou mensen in alle eerlijkheid herkenbaarheid aanbieden en in zekere zin gedachtentaboes doorbreken. De menselijke geest heeft me altijd al gefascineerd en stiekem vraag ik me af of iedereen op dezelfde manier denkt.* Toch dacht ik, toen ik dat blog las: dit is niet de reden waarom ik schrijf, maar waarom dan wél?

Verwerkingsproces

Schrijven schijnt een goed verwerkingsproces te zijn, maar ook dat is niet de reden waarom ik schrijf. Ik wil méér creëren dan mijn eigen levensverhaal. Ik wil een groter geheel, meer bevreemdende situaties en tegelijk meer universaliteit. Waarschijnlijk is het hoe dan ook onvermijdelijk dat er grote delen Lilith in mijn verhaal sluipen (zo heb ik onlangs bijvoorbeeld de bus genomen in de regen en ‘s nachts door de stad gewandeld – verwondert jullie dit?), maar het is niet de bedoeling dat de roman autobiografisch wordt – dat zou bovendien een behoorlijk saai verhaal worden.

Een schrijfdwang

Edgar_Germain_Hilaire_Degas_018Ik moet het bekennen: ik wist het antwoord op deze vraag echt niet. Ik begon zelfs te twijfelen aan mijn droom: zoek ik dan echt enkel roem? Wil ik zo graag een spoor van mezelf nalaten in deze vergankelijke wereld? Hunker ik naar bekendheid? Wil ik mezelf tot die kring van intelligente auteurs kunnen rekenen?**
Uiteindelijk ben ik maar te rade gegaan bij de alleswetende en allesmachtige instantie op deze planeet: Google. Zoekterm: ‘waarom schrijven?’
Eigenlijk ligt het antwoord voor de hand: het is gewoon een hobby. Wellicht hebben wel meer mensen de droom om van hun hobby hun beroep te maken, of die hobby nu sport, muziek of koken is.

Sommige mensen moeten eens in de week sporten, anders voelen ze zich niet op hun gemak. Bij schrijvers is dit net zo.
bron: schrijvenonline

Daarom schrijf ik dus lustig verder en we zien wel waar het mij brengt.

Afbeelding: Edgar Degas, L’étoile, ca. 1878
 

* Denken jullie bijvoorbeeld ook in twee stemmetjes? Er is één stemmetje die de gedachten snel vormt en het tweede stemmetje maakt er als het ware zinnetjes van in mijn hoofd.

** Ik vrees dat het antwoord op sommige van die vragen toch ‘ja’ is. Mijn droom stinkt een beetje.

Afbeelding: Edgar Degas, L’étoile, ca. 1878

Bericht aan de e-mailvolgers

Beste e-mailvolgers,

Als jullie op de hoogte willen blijven van hetgeen ik op het internet strooi, dan kunnen jullie zich opnieuw inschrijven op http://www.tussendroomendaad.be (linkerkolom). Ik heb gezocht naar een manier om die overgang automatisch te laten gaan, maar blijkbaar is dat niet mogelijk (‘t is te zeggen: ik heb het alleszins niet gevonden).

Alvast bedankt en hopelijk tot binnenkort!

PS: Laat het me gerust weten als er problemen zijn op de nieuwe site.

Goede voornemens (1): …. .be

Dit jaar heb ik eigenlijk maar één voornemen gemaakt: mijn tijd wat beter indelen. In 2014 heb ik veel bereikt, maar ook te veel in de zetel ‘geschimmeld’.*

Er stond zo veel op mijn dit-wil-ik-nu-toch-echt-leren/doen-lijstje: html en css, photoshop, mijn foto’s verbeteren en laten afdrukken, meer schrijven, meer bloggen en meer meer meer lezen. Aan al die zaken heb ik wel wat tijd besteed, maar veel te weinig. (De uren die ik het voorbije jaar aan candy crush en consoorten heb gespendeerd, wil ik niet tellen. Idem dito voor de uren waarin ik filmpjes bekeken heb, waaronder zelfs – schande, o schande – de allereerste afleveringen van ‘Thuis’).

Soit. Nieuw jaar, nieuw begin. Ik heb 733 foto’s binnengebracht om te laten ontwikkelen, heb nieuwe albums gekocht en fotoklevertjes. Ik heb het dikste boek uit mijn kast geplukt (‘De welwillenden’ van Littell, 962 blz.) en werk mij er doorheen. En ik heb éindelijk mijn eigen domein gekocht en mijn blog overgezet.

Vanaf heden zijn jullie dan ook allemaal welkom op www.tussendroomendaad.be! Ik moet nog het een en ander uitvogelen: bloglovin’ moet gecontacteerd worden en ik moet zorgen voor een redirect (Alle tips hierbij zijn welkom. Ik vond hier een betalende optie, maar kan dat ook gratis?)

Hopelijk zie ik jullie snel terug in mijn nieuwe webhuisje!

En nog een vraagje om af te sluiten: hoe bestrijden jullie jullie schimmelgedrag? Of hebben jullie daar geen last van?

* Niet-West-Vlamingen, gebruiken jullie dit woord? De betekenis is gewoon: niets doen (en dus blijven liggen tot je beschimmelt).

kleine wensen voor 2015

Gisteren schreef ik onze nieuwjaarskaarten. Niet gemakkelijk vind ik dat: een mooi tekstje schrijven dat niet kitscherig of cliché wordt. Of dat niet belachelijk wordt door vreselijk rijm. En waarin je elkaar wel geluk toewenst, maar nu ook weer niet met vijfendertig superlatieven. Een oprecht tekstje.

Ik struinde het internet af en vond één enkel zinnetje naar mijn smaak.

Maak elke dag een tikkeltje bijzonder

En meer hoeft dat denk ik niet te zijn.

Maar 31 december is natuurlijk geen dag om gierig te zijn met wensen.

Daarom wens ik jullie voor 2015 ook nog het volgende:

Veel…

nieuwjaar 2015 2

Tot volgend jaar met (hopelijk) meer geblog!

De beste schrijftips van Roel Richelieu Van Londersele

“Als je muzikant wil worden, dan krijg je de best mogelijke opleiding aan een conservatorium. Als je schilder wil worden, ga je naar de kunstacademie, waar goed opgeleide kunstenaars ervoor zorgen dat je de technieken onder de knie krijgt. Maar als je schrijver wil worden, dan gaat men ervan uit dat je dat niet moet leren. Dat het om een aangeboren talent gaat. Onzin natuurlijk.”

Met die woorden begon Roel Richelieu Van Londersele zijn praatje over het métier van de auteur op de jaarvergadering van de Gentse Germanisten. Schrijven kun je leren. Bijvoorbeeld in het basisjaar literair schrijven, waar Van Londersele ook feedbackbegeleider is. Of bijvoorbeeld door te luisteren naar zijn tips, die ik graag met jullie deel.

Hij begon met dé klassieker bij uitstek: ‘show, don’t tell’. Een regel die op het eerste zicht erg eenvoudig lijkt, maar toch veel discussies oplevert. Rosalinde vraagt zich bijvoorbeeld af hoe je ervoor zorgt dat je de karaktereigenschappen niet te subtiel toont. En Nina Weijers, auteur van ‘De consequenties’, schrijft over de regel: ‘Dat moest dan iets specifieks voor literatuur zijn, dacht Minnie, want in het echte leven was iedereen depressief, verdrietig, boos of hysterisch omdat ze zeiden dat ze dat waren.’
In literatuur toont men dus. Maar waarom? De uitleg en het bijbehorende voorbeeld van Roel Richelieu Van Londersele waren voor mij het meest verhelderend. “Stel je de volgende situatie voor,” begon hij. “Een opa gaat met zijn kleinzoon naar een baseballwedstrijd. In de pauze haalt hij uit zijn jaszak een appel en een mesje, dat hij in een handdoek gewikkeld heeft.” Door deze scène worden je hersens aan het werk gezet. Je vormt je als lezer een beeld van de grootvader, terwijl je een beroep doet op je eigen ervaringen en zo nauwer betrokken wordt bij het verhaal. Verschillende lezers komen zo ook tot verschillende conclusies. Voor de een is opa een zorgzame man, die bekommerd is om de gezondheid van zijn kleinzoon. Voor de ander is hij een gierigaard, die geen geld wil uitgeven aan de veel te dure chips die daar verkocht worden.

De tweede tip ontleent zijn naam aan een essay van mijn goede vriend Gerard Reve: echt gebeurd is geen excuus. Volgens Reve is de realiteit onbruikbaar voor een roman. Ze is eenvoudigweg te chaotisch. Wil je er toch een beroep op doen, dan moet je ze hervormen, stileren, ordenen en ordenen en ordenen. Of zou Frits van Egters echt tien dagen na elkaar zo’n vreemde dromen hebben?

Tip drie werd door Van Londersele ‘vermijd witte paters’ genoemd. Langere omschrijving: voer geen blauwe hond/ mens met twee hoofden/ koe met pluimen/ … ten tonele, als die geen verdere functie vervult in het verhaal. Het (ietwat realistischere voorbeeld) van Van Londersele luidt als volgt: “Het is een zomerse dag. Iemand wacht op een terrasje op zijn date. Hij is zenuwachtig, bestelt een jenevertje en drinkt het in een teug leeg. In het volgende half uur bestelt hij een tweede, een derde, misschien zelfs een vierde. Zo wordt gesuggereerd dat de man een alcoholprobleem heeft. De lezer zal dat idee in zijn achterhoofd houden en in de loop van het boek verdere sporen zoeken. Als dat niet de bedoeling is, dan laat je de man beter een colaatje bestellen.”

Ten slotte raadde hij beginnende auteurs aan om het niet te ingewikkeld te maken. “Negentig procent van de honderd beste boeken heeft als bouwstenen twee personages en een conflict.”

Misschien waren de meeste tips al lang bekend bij jullie. Misschien komen ze zelfs al langs jullie oren naar buiten. Misschien hangen ze jullie de keel al uit. Misschien zijn jullie ze al kotsbeu. Enzoverder enzovoort.
Maar misschien vonden jullie ook wel, net als ik, dat zijn voorbeelden erg verhelderend waren. En misschien overwegen jullie nu zelfs, net als ik, om toch maar een schrijfcursus te gaan volgen. En misschien krijgen jullie nu ook wel, net als ik, zin om weer wat te gaan schrijven, om aan een bureau een verhaaltje te produceren, om twee personages te verzinnen en om de witte paterkes door het raam te gooien.

Afbeelding: Picasso - Woman Writing, 1934
Zij die het hoofd nog willen zien, kunnen hier klikken.

PS: Ik heb geen notities genomen en heb dit allemaal uit mijn koppeke opgeschreven. Ik heb geprobeerd om zijn woorden zo getrouw mogelijk te herhalen.

Ik Schrijf je

magritte_tentativedelimpossibleVooraleer ik begin, breek ik met een droge knak de wijzers van de staande klok af. Geen tijd, geen tijd. Ik moet me alleen op het schrijven concentreren. Ik stop ook met ademen.
Dan kies ik een pen uit, die met de fijne punt en het zeegroene omhulsel. Ik draai de dop eraf en schrijf een oog. Het puntje van mijn tong steekt tussen mijn lippen uit terwijl ik de lange wimpers schrijf en uit mijn koningsblauwe inkt vloeien kastanjebruine irissen. In amandelvormige ogen. Ik schrijf je wenkbrauwen en je kleine oorschelpen zonder lelletjes. Wanneer ik je neus neerkrabbel, nies je.
Met een rood hoofd registreer ik je boezem. In een priegelig handschrift noteer ik ook je tepeltjes en ik strijk er met mijn duim vluchtig overheen. Ik sla de bladzijde om en schrijf de viool van Ingres op je rug met nauwkeurige aantekeningen van pigment-vlekjes als f-vormige klankgaten. Omdat ik jouw ronde heupen nog niet durf schrijven, begin ik bij je vleugels, die ik met fijne pennenstreken aan je schouderbladen vastrijg. Ik schrijf dekveren en slagpennen, schud het verenkleed op en drapeer het voorzichtig rond jouw bovenlichaam. Het papier dat ik gebruik, heeft geen lijntjes, zodat jouw majestueuze – want dat zijn ze, majestueus, ik schreef het in de kantlijn – vleugels niet blijven haperen als je ze openklapt.

Ik sluit mijn ogen om jouw middel te schrijven en denk ondertussen aan namen, en aan de vrouwen die er eerder geweest zijn, aan de tientallen vrouwen zonder gelaat en zonder heupen die ik geschreven heb, aan het kind dat ik nog wil schrijven om mij te vergezellen, als ik even genoeg heb van de letters en naar buiten wil, als ik een wandeling wil maken of een spelletje wil spelen, als ik verwonderd wil zijn en mij wil laten verwonderen. Josefien. Joanna. Hoe heet je? Ik kijk terug naar het papier (het blijkt dat jouw heupen niet op gelijke hoogte staan). Josefien. Joanna. Ik schrijf beide namen op en tatoeëer ze aan de binnenzijde van je vleugels, zodat ik je altijd kan herkennen en je kan roepen bij jouw namen.

Dan schrijf ik twee enkels, twee voeten met aan elk ervan vijf tenen. Je spreidt je tenen uiteen, krult ze op, probeert ze elk afzonderlijk te bewegen, krult en strekt ze opnieuw, steeds opnieuw. Ik draai de bladzijde terug om en lees de verwondering in je ogen. Ik lees je ongeduld. Nog een laatste keer breng ik mijn pen naar het papier om zwarte haren te schrijven die ik wil opsteken zodat ik naar je ranke hals kan blijven kijken, maar nog vooraleer de top van mijn pen het blad raakt, ren jij hinkend weg.

Liliths ontdekkingen

Pina Bausch

Ik probeer mijn dagen zo goed mogelijk te vullen met wandelingen, het huishouden, lezen en schrijven… Maandagavond volg ik muziekles: eerst twee uur algemene muziekgeschiedenis, daarna een uur celloles.

Vorige week kwam het werk van Igor Stravinsky aan bod in de lessen en dan vooral ‘Le sacre du printemps’. Dat ballet gaat over de komst van de lente in Rusland en het offer dat daarbij gemaakt moet worden: een maagd moet dansen tot ze sterft.

Pina Bausch: Danse sacrale

Over de choreografe van deze versie is een film gemaakt. De trailer is meer dan de moeite waard om eens te bekijken!

Is it dance – Is it theatre -Or is it just life
Dance Dance… otherwise we are lost

Ons Erfdeel

Word je graag op de hoogte gehouden van het culturele, literaire en maatschappelijke nieuws uit de Lage Landen? Volg dan zeker het blog van Ons Erfdeel. Winnaars van debuutprijzen, in memoriamberichten, aankondigingen van festivals en evenementen… Je vindt het er allemaal.

Gent: het Rabot

Tijdens een van mijn kaartloze wandelingen botste ik op dit gebouw. Bijzonder, niet?

Gent rabot 2

Gent rabot

En jullie? Wat hebben jullie zoal ontdekt deze week?

Meer afbeeldingen en informatie over Pina Bausch vinden jullie hier: the fine art diner

Het land 32: boek van klunzig niveau of opus magnum

In juni las ik ‘Het land 32’ van Daan Heerma van Voss. Ik wist meteen dat ik over dat boek een blog wou schrijven. Enige moeilijkheid: wat zou ik erover schrijven? Zou ik het aanbevelen? Zou ik kritisch zijn? Is het artificiële karakter bewonderenswaardig of is het alleen maar storend?
Je leest een boek uit en je kunt achteraf niet zeggen of je het geniaal vindt of gekunsteld, of het voor jou zijn opus magnum is of een boek van klunzig niveau (beide omschrijvingen worden in de recensies gebruikt – soms zelfs in een en dezelfde recensie ). Dat alleen is eigenlijk al genoeg om het boek interessant te vinden.

Daan Heerma van Voss‘Het land 32’ is een roman die zich op ontzettend veel niveaus tegelijk afspeelt. Uitgangspunt: een man in een genummerd zalencomplex. Andere aan-wezigen: een ziek meisje en een bewaker. En dan begint het spel. De man zoekt een uitweg uit het complex, zoekt zijn herinneringen en zijn identiteit. Overleven doet hij door verhalen te vertellen, waarmee hij probeert grip te krijgen op zijn situatie en, nog veel belangrijker, waarmee hij bonnen verzamelt om voedsel te kopen.
De roman is complex opgebouwd. Alles grijpt in elkaar vast, alles verwijst naar elkaar én naar de buitenwereld, naar Tennessee’s ‘A streetcar named desire’, naar The Beatles, naar Rise of the planet of the apes en zo verder en zo verder en zo verder. Alles verrijkt en compliceert alles.

Het geheel is zonder enige twijfel artificieel te noemen. Maar het knappe is dat ook die artificialiteit een functie heeft. Ze toont namelijk hoe kunstmatig ons geheugen is, hoe wij onze herinneringen samensprokkelen en opbouwen tot verhalen, hoe we door onze herinneringen bedrogen kunnen worden. Wat me dan weer deed denken aan ‘Alsof het voorbij is’, een boek dat ik probleemloos ‘geniaal’ kan noemen.

Ik zou nog zoveel meer kunnen vertellen over ‘Het land 32’. Of ik zou anekdotes over Daan Heerma van Voss kunnen delen: hoe de inspiratie voor het thema geheugen een autobiografisch gegeven is – Daan Heerma van Voss is zijn geheugen namelijk een volledige dag kwijtgespeeld, of hoe ‘Het land 32’ tot stand gekomen is via een soort ‘method writing’, waarbij de auteur zichzelf haast uithongerde om zich met zijn personage te vereenzelvigen, of hoe hij mijn boek signeerde in Amstedam (joepie!). Een interessant interview met de schrijver verscheen overigens in Volkskrant Magazine.
Dat er zoveel over het boek te zeggen valt, werd ook duidelijk door de pop-up-leesclubsessie in boekhandel Limerick. Ook daar voor- en tegenstanders, discussies en vooral vragen. Vragen over het boek, maar ook vragen over de opdracht van literatuur: moet zij antwoorden geven of vragen stellen? Waarom lezen wij?

Uiteindelijk kan ik toch niet anders dan mijn bewondering voor het boek uiten. Het is een boek dat aanzet tot denken, tot vragen stellen, tot delen en tot vertellen. Een boek dat je niet loslaat en dat je eigenlijk wil blijven uitpluizen. Een boek dat je twee keer na elkaar kunt lezen, hoewel het meer dan 500 bladzijden telt (hier spreek ik uit ervaring). Een boek waarover je eerst twee maanden moet denken, om dan pas te besluiten: jup, dit kan en moet ik aanbevelen op mijn blog.
Ik hoop dat jullie er veel plezier aan beleven om de confrontatie met dat boek aan te gaan en ik ben meer dan ooit benieuwd naar jullie meningen!

Afbeelding:Foto van Koen Hauser - zie interview in Volkskrant Magazine

Wat uw schrijfster van dienst de voorbije maanden uitgespookt heeft

Exact twee maanden lang heb ik mijn blog berichtloos en verwaarloosd achtergelaten. Of ik daarvoor een excuus heb?

Niet echt. Wel had ik het behoorlijk druk en het is dan ook met veel plezier dat ik jullie hierbij een update geef over wat ik de voorbije maanden uitgespookt heb.

  • Samen met de familie ben ik op reis geweest naar de Pyreneeën. Het is een heerlijke streek om te wandelen, wat we dan ook volop gedaan hebben. Wandelen is dan ook een van de enige toeristische mogelijkheden naast het obligate bezoekje aan Lourdes natuurlijk.

roofvogel
Deze lieve vogeltjes cirkelden rond de Pibeste. Erg indrukwekkend – ik vraag me af wat de spanwijdte van hun vleugels is.

  • In juni ben ik voor de tweede keer afgestudeerd en heb ik voor de tweede keer zo’n zwart hoedje in de lucht mogen gooien. Ik ben ondertussen volop aan het solliciteren en wacht met een bang hartje af. Zo heb ik bijvoorbeeld een proefvertaling naar een uitgeverij gestuurd.
  • Ook op schrijfvlak heb ik niet volledig stilgezeten. Geen roman, maar ik mag toch (met een tikkeltje stiekeme trots) melden dat mijn kort verhaal ‘Tijd om te spelen’ op Bibliotheek van Babel staat te pronken. Bibliotheek van Babel is een eigentijds en eigenzinnig verhalenplatform waar woorden gecombineerd worden met schitterende foto’s van Rudina Coraj.

Skyrim
Foto van een mistraloptreden op de zeedijk. Ik ben het linkse gebogen silhouet, maar daar weten jullie natuurlijk niets mee. De muziek die jullie zich hierbij moeten voorstellen is het ‘Skyrim theme’ van Peter Hollens. Een ideale gelegenheid om jullie ook naar onze vernieuwde website te leiden. Klikken. Klikken. Klikken!

  • Van midden augustus tot midden september heb ik stage gelopen bij de culturele uitgeverij Ons Erfdeel. Ons Erfdeel vzw heeft een dubbele missie: ze wil de samenwerking tussen alle Nederlandssprekenden bevorderen en de Nederlandstalige cultuur bekendmaken in binnen- en buitenland. Dat doet ze onder meer door verschillende literair-culturele tijdschriften en boeken uit te geven. Mijn hoofdtaak bestond uit het updaten van de blog – ik schreef bij benadering zo’n 40 berichtjes in de twintig dagen dat ik er werkte. Eigenlijk heb ik nog nooit zoveel geblogd als tijdens die twee maanden dat ik dit platform aan zijn lot heb overgelaten.
  • Tussen dat alles door zijn we ook verhuisd. Gent was zo’n heerlijke stad om te studeren dat we er – net als zoveel andere jonge mensen – blijven plakken zijn. Ons appartementje is ondertussen bijna volledig ingericht. We missen nog een leuke kader om aan de muur uit te hangen (tips zijn welkom) en een (of meerdere) spiegel(s).

Lourdes
Beeld van Lourdes na het onweer. Ondanks de aanhoudende regenbuien doken de gelovigen toch en masse op om deel te nemen aan de kaarsjesprocessie. Terwijl ik Lourdes overdag onaangenaam vond door het toeristische en tegelijk rigide karakter, was ik ‘s avonds onder de indruk van dit ingetogen moment.

En jullie? Wat hebben jullie in tussentijd zoal uitgevreten? Tijd voor een gezellige babbel in de commentaren! Imaginaire thee zou smaken en een geschreven koekje is daarbij ook welkom.

Aujourd’hui, maman est morte (#IkleesFrans)

étranger CamusGeen betere terugkeer in de blogwereld dan met een Franse klassieker: L’étranger van niemand minder dan Albert Camus, die vorig jaar zijn honderdste verjaardag had mogen vieren als hij niet verongelukt zou zijn in 1960. Dit even terzijde.
De aanleiding om net nu L’étranger te lezen (dat al meer dan een jaar op mijn plank stond) is de ‘september Franse boeken’-actie van Sarah, schrijfster van het meer dan lezenswaardige blog
Literasa.

Aujourd’hui, maman est morte. Ou peut-être hier, je ne sais pas.

De openingszins van het boek is alvast bekend. Het onderwerp is dat wellicht ook: een moord zonder motief. Dat uitgangspunt op zich is erg interessant, net als de absurdistische filosofie die aan het boek ten grondslag ligt, maar wat mij het meest opviel, is de schrijfstijl van Camus in dit boek.

Het boek bestaat grotendeels uit de waarnemingen van het hoofdpersonage en uit droge verslagen over wat en waar hij gegeten heeft, over wie wat vroeg en wat hij antwoordde.

Un moment après, elle m’a demandé si je l’aimais. Je lui ai répondu que cela ne voulait rien dire, mais qu’il me semblait que non. (p. 57)

Die objectiverende en neutrale toon geeft een bijzonder goed inzicht in de aard van de hoofdpersoon-verteller, die eerst aan zijn moeder denkt en dan meldt dat hij vroeg op moet en gaan slapen is zonder avondmaal.

De korte mededelingen zorgen er ook voor dat het boek bijzonder vlot leest. Een aangename vernieuwde kennismaking met Franse boeken, waarvoor ik Sarah graag dank.

(En nu ik toch bezig ben over Franse boeken, heb ik jullie ‘Apprendre à finir’ al aangeraden? Lees dit voorproefje maar.)

Roemenië: een land in herstel

Na ons afstuderen besloten mijn vriend en ik een iets grotere reis te maken. Na onze citytrips naar Praag en Boedapest, besloten we nog wat verder oostwaarts te gaan om Roemenië te ontdekken. Roemenië is momenteel (nog) geen toeristische bestemming, maar het is duidelijk dat het land daar wel aan werkt. We verbleven twee dagen in Boekarest om daarna met een huurauto naar Sinaia te trekken en dan verder naar het zuidelijk gedeelte van Transilvania om de saksische steden Brasov, Sighisoara en Sibiu (Hermannstadt) te ontdekken.

Boekarest werd (wordt) ‘Klein Parijs’ genoemd. Aan de stad is heel goed te zien hoe rijk ze ooit geweest is, voor het communisme en voor de ingrijpende veranderingen van Ceausescu, die een deel van het historisch centrum platgooide om er zijn paleis te bouwen. Overal vind je verlaten gebouwen, elektriciteitskabels, grote reclamepanelen die aan armzalige appartementsgebouwen opgehangen zijn…

Vervolgens vertrokken we met een huurautootje richting Sinaia, een stadje aan de voet van de zuidelijke Karpaten. Ook de autorit was een hele belevenis. De dorpen en wegen waren erg gevarieerd: arme dorpjes langs niet-geasfalteerde wegen en industriegebieden. Lange stukken rechtdoor en bergwegen (we reden over de befaamde Transfagarasan, waar er helaas een mistlaag hing). Na elke bocht kon een verrassing wachten: paard en kar, een kudde schapen, veel loslopende honden…

onderweg 1 onderweg 2 onderweg 3
onderweg 7onderweg 4 onderweg 5 onderweg 6
onderweg 8

In Sinaia bevinden zich de moderne en overdadige buitenverblijven van de eerste Roemeense koningen Carol I en Ferdinand I: castelul Peles en Pelisor.

Peles castle 1Peles castle 2Peles castle 3

Ons hotel lag op enkele minuten wandelafstand van dit kasteel, maar toen we ‘s avonds besloten om nog eens te gaan kijken, werden we terug naar huis gestuurd door een bewaker. Hij wees op een plakkaatje: “Zona frecuentata de ursi (beren)! Ursul este un animal imprevizibil.” Roemenië is een van de weinige landen waar beren, wolven en lynxen nog in het wild voorkomen.

In Transilvania waren erg veel kastelen te bezichtigen. De meeste werden in verband gebracht met Vlad Tepes (Vlad de Spietser). Deze Vlad was de zoon van Vlad Dracul en stond model voor Bram Stokers Dracula. In de buurt van die burchten waren er dan ook draculasouvenirs in overvloed. Een klein overzichtje:

Dracula PoenariDracula Bran 2 Dracula BranDracula Targoviste

De volgende Saksische stadjes waren bijzonder indrukwekkend. Ze hebben een middeleeuws centrum, dat ontsnapt lijkt te zijn aan de greep van het communisme. De buitenstad is geïndustrialiseerd en afstandelijk, maar binnen de vestigingsmuren schuilen aangename pleinen en prachtige huisjes. Deze stadjes ademen een volledig andere sfeer uit dan Boekarest. Ze doen, zelfs in hun armoede – die hier eerder verborgen is – westers aan. Langs de wegen tussen die steden lagen kleine dorpjes verspreid. Eén van de mooiste die wij gezien hebben, is Viscri.

Album weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergeven

Een laatste aspect is de Roemeense natuur. Roemenië is rijk aan nationale parken en wandelgebieden. Het weer speelde jammer genoeg in ons nadeel en toen we bovenkwamen (met het liftje welteverstaan) zagen we niets. Gelukkig konden we twee dagen later een nieuwe poging ondernemen.

Karpaten 2 Karpaten 3Karpaten

Roemenië is een land dat erg veel te bieden heeft. Het is geen vanzelfsprekende keuze om daar op reis te gaan, omdat het toerisme nog niet erg uitgebouwd is. Veel mensen spreken geen Engels, maar wanneer je de woorden voor ‘links’ (stanga) en ‘rechts’ (dreapta) leert, kom je al een heel eind ver. Boekarest is omwille van zijn geschiedenis een erg interessante stad, maar onvolledig om een beeld te krijgen van de Roemeense cultuur en weinig geschikt als citytrip omdat er eigenlijk relatief weinig te bezichtigen is. Wie Roemenië wil leren kennen, raad ik ten zeerste aan om het binnenland in te gaan. Daar is er voor elke reiziger wat wils: kastelen, natuur, kerken en kloosters, kleine dorpjes en gezellige steden. En voor wie goed kijkt, zijn er wellicht ook beren.